9,3 uit 568 beoordelingen

Death Valley National Park ligt op de grens van Californië en Nevada en is met stip een van de meest extreme nationale parken van Amerika. Temperaturen tikken in de zomer makkelijk de 50 graden aan, maar laat je daar niet door afschrikken: het park is verrassend toegankelijk én veelzijdig. Je vindt er uitgestrekte zoutvlaktes, diepe kloven, zandduinen, kleurrijke bergen en verlaten spookstadjes. De landschappen wisselen zich in rap tempo af, zeker als je wat langer de tijd neemt. Je rijdt soms uren zonder tegenliggers, stapt uit bij uitzichtpunten als Zabriskie Point of Dante’s View en kijkt je ogen uit bij plekken als Artist’s Palette, waar de bergen groen, roze en geel kleuren. Death Valley is niet alleen een woestijn, het is een ervaring die beklijft. UStravel.nl helpt je met routes, timing, overnachtingsplekken (want ja, die zijn er) en de beste manier om dit park écht te beleven.

Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
Let op: de genoemde prijs is een vanafprijs en kan variëren op basis van datum en beschikbaarheid.
In de sectie Wat te doen! vind je normaal gesproken een overzicht van excursies in dit nationale park.
Op dit moment zijn er helaas nog geen items beschikbaar.
We werken eraan om binnenkort inspirerende excursies toe te voegen.
Scroll gerust verder voor alle andere informatie over dit nationale park, van hoogtepunten tot praktische tips!
Boek je een rondreis door Amerika met UStravel.nl? Dan maken wij met liefde een persoonlijk routeboek voor je, helemaal afgestemd op jouw reis. In dit boek vind je alle informatie die je nodig hebt: van je huurauto en hotels tot de mooiste stops onderweg, leuke tips en praktische reistijden.
Geen standaardgids, maar een routeboek dat naadloos aansluit op jouw reisschema. Zo weet je precies wat je wanneer kunt verwachten en reis je ontspannen van dag tot dag.
Boek je een rondreis door Amerika met UStravel.nl? Dan maken wij met liefde een persoonlijk routeboek voor je, helemaal afgestemd op jouw reis. In dit boek vind je alle informatie die je nodig hebt: van je huurauto en hotels tot de mooiste stops onderweg, leuke tips en praktische reistijden.
Geen standaardgids, maar een routeboek dat naadloos aansluit op jouw reisschema. Zo weet je precies wat je wanneer kunt verwachten en reis je ontspannen van dag tot dag.

Death Valley ligt in het zuidoosten van Californië en strekt zich uit over de grens met Nevada. Het park bestaat uit een diepe woestijnvallei die is ingeklemd tussen bergketens: de Panamint Range in het westen, en de Black Mountains in het oosten. De bekendste plek, Badwater Basin, ligt 86 meter onder zeeniveau en is het laagste punt van Noord-Amerika. Tegelijk ligt het hoogste punt van het park, Telescope Peak, meer dan 3300 meter hoog. Die extremen maken het landschap bijzonder: je kijkt vanaf sommige uitzichtpunten zowel naar sneeuw als naar zonverbrande zoutvlaktes.
De naam ‘Death Valley’ klinkt onheilspellend en dat is ook precies hoe goudzoekers het ooit bedoelden. In 1849 raakte een groep pioniers verdwaald in dit barre landschap. Ze overleefden het, maar één van hen zou bij vertrek gezegd hebben: “Goodbye, Death Valley.” De naam bleef hangen. Toch is dit gebied allesbehalve dood. Er zijn oases, wilde bloemen, coyotes, reptielen en vogels die zich hebben aangepast aan de extreme omstandigheden. En onder het oppervlak ligt een schat aan geologie en geschiedenis: van oude lavastromen tot zoutafzettingen, van boraxmijnen tot verlaten nederzettingen.
Death Valley ligt in het zuidoosten van Californië en strekt zich uit over de grens met Nevada. Het park bestaat uit een diepe woestijnvallei die is ingeklemd tussen bergketens: de Panamint Range in het westen, en de Black Mountains in het oosten. De bekendste plek, Badwater Basin, ligt 86 meter onder zeeniveau en is het laagste punt van Noord-Amerika. Tegelijk ligt het hoogste punt van het park, Telescope Peak, meer dan 3300 meter hoog. Die extremen maken het landschap bijzonder: je kijkt vanaf sommige uitzichtpunten zowel naar sneeuw als naar zonverbrande zoutvlaktes.
De naam ‘Death Valley’ klinkt onheilspellend en dat is ook precies hoe goudzoekers het ooit bedoelden. In 1849 raakte een groep pioniers verdwaald in dit barre landschap. Ze overleefden het, maar één van hen zou bij vertrek gezegd hebben: “Goodbye, Death Valley.” De naam bleef hangen. Toch is dit gebied allesbehalve dood. Er zijn oases, wilde bloemen, coyotes, reptielen en vogels die zich hebben aangepast aan de extreme omstandigheden. En onder het oppervlak ligt een schat aan geologie en geschiedenis: van oude lavastromen tot zoutafzettingen, van boraxmijnen tot verlaten nederzettingen.
Rijdend door Death Valley voel je het landschap veranderen onder je wielen. Wat op afstand leeg lijkt, blijkt dichtbij vol vormen, kleuren en texturen te zitten. Een van de meest opvallende plekken is Artist’s Palette, aan het einde van de kronkelende Artist’s Drive. Hier zie je een bergwand met groen, paars, roze en geel gesteente, ontstaan door oxidatie van mineralen. Als je hier rond zonsondergang komt, lijken de kleuren nog intenser.
Verderop ligt Zabriskie Point, een uitkijkpunt over een surrealistisch landschap van golvende zandsteenheuvels. Je staat hier als het ware aan de rand van een oude drooggevallen binnenzee, met lagen gesteente die zacht lijken maar keihard zijn. Vlakbij begint het wandelpad naar Golden Canyon, een smalle kloof tussen gouden rotswanden waar je de hitte voelt weerkaatsen en je je tijdelijk in een andere planeet waant.
Voor wie verder wil rijden: de zwarte krater van Ubehebe Crater in het noorden van het park is minder bekend, maar indrukwekkend. Het is een ingestorte vulkaankrater van zo’n 800 meter breed, omringd door lava-as en een landschap waar je nauwelijks begroeiing ziet. Een korte wandeling langs de rand geeft je een bijzonder uitzicht.
Rijdend door Death Valley voel je het landschap veranderen onder je wielen. Wat op afstand leeg lijkt, blijkt dichtbij vol vormen, kleuren en texturen te zitten. Een van de meest opvallende plekken is Artist’s Palette, aan het einde van de kronkelende Artist’s Drive. Hier zie je een bergwand met groen, paars, roze en geel gesteente, ontstaan door oxidatie van mineralen. Als je hier rond zonsondergang komt, lijken de kleuren nog intenser.
Verderop ligt Zabriskie Point, een uitkijkpunt over een surrealistisch landschap van golvende zandsteenheuvels. Je staat hier als het ware aan de rand van een oude drooggevallen binnenzee, met lagen gesteente die zacht lijken maar keihard zijn. Vlakbij begint het wandelpad naar Golden Canyon, een smalle kloof tussen gouden rotswanden waar je de hitte voelt weerkaatsen en je je tijdelijk in een andere planeet waant.
Voor wie verder wil rijden: de zwarte krater van Ubehebe Crater in het noorden van het park is minder bekend, maar indrukwekkend. Het is een ingestorte vulkaankrater van zo’n 800 meter breed, omringd door lava-as en een landschap waar je nauwelijks begroeiing ziet. Een korte wandeling langs de rand geeft je een bijzonder uitzicht.
Hoewel je het niet meteen zou verwachten, is Death Valley vol leven. Alleen zie je het pas als je goed kijkt en als je weet waar je moet zijn. In het voorjaar (na een regenrijke winter) kan de bodem plots bedekt zijn met bloemen als desert gold, primula’s en paarse verbena. Vooral in de gebieden rond Jubilee Pass en Ashford Mill zie je dan kleuren waar je ze niet verwacht.
Dieren hebben zich hier perfect aangepast. Overdag zie je vooral vogels, hagedissen en misschien een coyote in de verte. ’s Nachts komt er meer beweging: vossen, konijnen en zelfs vleermuizen zoeken dan hun voedsel in de relatieve koelte. Rond de oases, zoals bij Furnace Creek, zie je soms libellen, kikkers en palmbomen, een vreemd contrast met de omliggende hitte.
De flora is minimaal maar slim: vetplanten, zoutminnende struiken en scherpe woestijndoorns overleven maanden zonder regen. Alles in dit landschap lijkt stil, maar is afgestemd op overleven en dat maakt het zo fascinerend. Zelfs het weer is levendig: harde winden kunnen zandduinen verplaatsen en bij zeldzame regenval verandert het droge landschap soms in een glanzende vlakte van modder en spiegelend water.
Hoewel je het niet meteen zou verwachten, is Death Valley vol leven. Alleen zie je het pas als je goed kijkt en als je weet waar je moet zijn. In het voorjaar (na een regenrijke winter) kan de bodem plots bedekt zijn met bloemen als desert gold, primula’s en paarse verbena. Vooral in de gebieden rond Jubilee Pass en Ashford Mill zie je dan kleuren waar je ze niet verwacht.
Dieren hebben zich hier perfect aangepast. Overdag zie je vooral vogels, hagedissen en misschien een coyote in de verte. ’s Nachts komt er meer beweging: vossen, konijnen en zelfs vleermuizen zoeken dan hun voedsel in de relatieve koelte. Rond de oases, zoals bij Furnace Creek, zie je soms libellen, kikkers en palmbomen, een vreemd contrast met de omliggende hitte.
De flora is minimaal maar slim: vetplanten, zoutminnende struiken en scherpe woestijndoorns overleven maanden zonder regen. Alles in dit landschap lijkt stil, maar is afgestemd op overleven en dat maakt het zo fascinerend. Zelfs het weer is levendig: harde winden kunnen zandduinen verplaatsen en bij zeldzame regenval verandert het droge landschap soms in een glanzende vlakte van modder en spiegelend water.
De meeste bezoekers beginnen bij Furnace Creek Visitor Center, waar je info krijgt over wandelroutes, weercondities en toegankelijkheid van wegen. Vanuit hier is Badwater Basin makkelijk bereikbaar, de beroemde zoutvlakte die glinstert als een spiegel. Je kunt er een stuk overheen lopen en de zoute grond onder je schoenen horen kraken.
Net buiten Furnace Creek liggen de Mesquite Flat Sand Dunes, een klassiek woestijnlandschap met zandduinen tot wel 30 meter hoog. Vooral rond zonsopkomst en zonsondergang zijn ze prachtig, met lange schaduwen en een bijna magisch licht. Je hoeft niet ver te lopen om het gevoel te krijgen dat je ver weg bent van alles.
Iets verder rijden brengt je bij Dante’s View, op ruim 1600 meter hoogte. Vanaf hier kijk je uit over de hele vallei, van de zoutvlaktes tot de bergen aan de overkant. Op heldere dagen zie je zelfs Mount Whitney liggen, de hoogste berg van de Lower 48 States.
Liefhebbers van geschiedenis kunnen richting Rhyolite, een verlaten mijnstadje net buiten het park, met vervallen gebouwen, een oude treinstation en moderne kunstinstallaties. Het contrast tussen menselijke sporen en natuur is nergens zo zichtbaar als hier.
En wie écht avontuur zoekt, waagt zich aan de rit naar Racetrack Playa, waar mysterieuze stenen over de bodem lijken te glijden en lange sporen achterlaten. Alleen bereikbaar met een 4WD en een flinke voorbereiding maar onvergetelijk als je er eenmaal staat.
De meeste bezoekers beginnen bij Furnace Creek Visitor Center, waar je info krijgt over wandelroutes, weercondities en toegankelijkheid van wegen. Vanuit hier is Badwater Basin makkelijk bereikbaar, de beroemde zoutvlakte die glinstert als een spiegel. Je kunt er een stuk overheen lopen en de zoute grond onder je schoenen horen kraken.
Net buiten Furnace Creek liggen de Mesquite Flat Sand Dunes, een klassiek woestijnlandschap met zandduinen tot wel 30 meter hoog. Vooral rond zonsopkomst en zonsondergang zijn ze prachtig, met lange schaduwen en een bijna magisch licht. Je hoeft niet ver te lopen om het gevoel te krijgen dat je ver weg bent van alles.
Iets verder rijden brengt je bij Dante’s View, op ruim 1600 meter hoogte. Vanaf hier kijk je uit over de hele vallei, van de zoutvlaktes tot de bergen aan de overkant. Op heldere dagen zie je zelfs Mount Whitney liggen, de hoogste berg van de Lower 48 States.
Liefhebbers van geschiedenis kunnen richting Rhyolite, een verlaten mijnstadje net buiten het park, met vervallen gebouwen, een oude treinstation en moderne kunstinstallaties. Het contrast tussen menselijke sporen en natuur is nergens zo zichtbaar als hier.
En wie écht avontuur zoekt, waagt zich aan de rit naar Racetrack Playa, waar mysterieuze stenen over de bodem lijken te glijden en lange sporen achterlaten. Alleen bereikbaar met een 4WD en een flinke voorbereiding maar onvergetelijk als je er eenmaal staat.
Na een paar dagen Death Valley voelt elke volgende bestemming bijna buitenaards anders. Dat is ook precies de kracht van deze regio: in een paar uur rijd je van verzengende zoutvlaktes naar groene bergpassen of glitterende steden.
De meeste reizigers trekken oostwaarts richting Las Vegas. Vanuit Furnace Creek ben je in ongeveer 2,5 uur via Pahrump in hartje Vegas. Onderweg zie je het landschap langzaam veranderen van verlatenheid naar bebouwing. Las Vegas is dan ook een perfect contrast na de stilte van Death Valley: je gaat van zand naar neon. Overnachten doe je hier het best in een centraal gelegen hotel op of net buiten de Strip, bij voorkeur met zwembad, want de woestijnwarmte blijft nog even hangen.
Ga je juist westwaarts, dan kun je via Panamint Springs en Lone Pine naar de oostkant van de Sierra Nevada. Hier ligt de toegang tot de Alabama Hills , een filmachtig gebied van afgeronde rotsblokken met uitzicht op Mount Whitney. Je rijdt in zo’n 3 uur naar Lone Pine, een klein stadje met motels, een westernmuseum en toegang tot wandelroutes. Dit is ook een ideale tussenstop als je door wilt reizen naar Yosemite National Park via de Tioga Pass (alleen open in de zomermaanden). De route langs Highway 395 wordt gezien als een van de mooiste van Californië.
Zuidelijker ligt Joshua Tree National Park. Vanuit Furnace Creek is het een flinke rit van ongeveer 5 tot 6 uur, maar wél een fascinerende. Je passeert verlaten gebieden langs de rand van de Mojavewoestijn. Onderweg kun je stoppen in Tecopa (bekend om zijn natuurlijke warmwaterbronnen) of lunchen in Shoshone, een gehucht met een paar verrassend goede plekken om iets te eten. Joshua Tree zelf is weer totaal anders: grillige bomen, bizarre rotsformaties en een mix van woestijnkunst en klimmers. Overnachten kan hier in cabins, yurts of retro-motels, vaak met uitzicht op de sterrenhemel.
Wie liever terug richting de kust reist, kan via Bakersfield in ongeveer 5 uur naar San Luis Obispo of Santa Barbara rijden. Deze route is ideaal als je een rondje maakt door Zuidwest-Amerika en Death Valley als inlandse uitstap hebt toegevoegd. Je wisselt dan het droge, dorre binnenland weer in voor koele zeelucht en wijngebieden.
Tot slot kun je ook een unieke route maken door oostelijk Nevada in te rijden richting het minder bekende Great Basin National Park, of verder naar Zion National Park in Utah. Beide bestemmingen liggen op 5 tot 6 uur rijden en zijn ideaal voor wie na Death Valley nog verder wil de ruige natuur in.
Na een paar dagen Death Valley voelt elke volgende bestemming bijna buitenaards anders. Dat is ook precies de kracht van deze regio: in een paar uur rijd je van verzengende zoutvlaktes naar groene bergpassen of glitterende steden.
De meeste reizigers trekken oostwaarts richting Las Vegas. Vanuit Furnace Creek ben je in ongeveer 2,5 uur via Pahrump in hartje Vegas. Onderweg zie je het landschap langzaam veranderen van verlatenheid naar bebouwing. Las Vegas is dan ook een perfect contrast na de stilte van Death Valley: je gaat van zand naar neon. Overnachten doe je hier het best in een centraal gelegen hotel op of net buiten de Strip, bij voorkeur met zwembad, want de woestijnwarmte blijft nog even hangen.
Ga je juist westwaarts, dan kun je via Panamint Springs en Lone Pine naar de oostkant van de Sierra Nevada. Hier ligt de toegang tot de Alabama Hills , een filmachtig gebied van afgeronde rotsblokken met uitzicht op Mount Whitney. Je rijdt in zo’n 3 uur naar Lone Pine, een klein stadje met motels, een westernmuseum en toegang tot wandelroutes. Dit is ook een ideale tussenstop als je door wilt reizen naar Yosemite National Park via de Tioga Pass (alleen open in de zomermaanden). De route langs Highway 395 wordt gezien als een van de mooiste van Californië.
Zuidelijker ligt Joshua Tree National Park. Vanuit Furnace Creek is het een flinke rit van ongeveer 5 tot 6 uur, maar wél een fascinerende. Je passeert verlaten gebieden langs de rand van de Mojavewoestijn. Onderweg kun je stoppen in Tecopa (bekend om zijn natuurlijke warmwaterbronnen) of lunchen in Shoshone, een gehucht met een paar verrassend goede plekken om iets te eten. Joshua Tree zelf is weer totaal anders: grillige bomen, bizarre rotsformaties en een mix van woestijnkunst en klimmers. Overnachten kan hier in cabins, yurts of retro-motels, vaak met uitzicht op de sterrenhemel.
Wie liever terug richting de kust reist, kan via Bakersfield in ongeveer 5 uur naar San Luis Obispo of Santa Barbara rijden. Deze route is ideaal als je een rondje maakt door Zuidwest-Amerika en Death Valley als inlandse uitstap hebt toegevoegd. Je wisselt dan het droge, dorre binnenland weer in voor koele zeelucht en wijngebieden.
Tot slot kun je ook een unieke route maken door oostelijk Nevada in te rijden richting het minder bekende Great Basin National Park, of verder naar Zion National Park in Utah. Beide bestemmingen liggen op 5 tot 6 uur rijden en zijn ideaal voor wie na Death Valley nog verder wil de ruige natuur in.
Death Valley National Park ligt in het zuidoosten van Californië, deels overlappend met Nevada. Met een oppervlakte van ruim 13.000 km² is het een van de grootste nationale parken van de VS. Het bekendste en meest bezochte deel van het park ligt rondom Furnace Creek, waar ook de meeste voorzieningen zijn zoals bezoekerscentra, lodges, campgrounds en een klein benzinestation.
Death Valley ligt in een zogenaamde regenschaduw van meerdere bergketens. Daardoor valt er jaarlijks minder dan 5 cm neerslag, wat het tot de droogste plek van Noord-Amerika maakt. De laagstgelegen plek, Badwater Basin, ligt 86 meter onder zeeniveau. In de zomer lopen de temperaturen overdag gemakkelijk op tot boven de 45 graden. In juli 1913 werd hier zelfs een temperatuur gemeten van 56,7 °C, wat nog altijd het warmterecord wereldwijd is.
Toch is Death Valley geen dorre zandbak. Integendeel: het park zit vol variatie. Van de golvende zandduinen van Mesquite Flat Dunes tot de gestolde lavavelden rond Ubehebe Crater, en van de smalle canyons zoals Golden Canyon tot het surrealistische kleurenpalet van Artist's Drive weet dit park je elke keer opnieuw te verrassen.
Qua bereikbaarheid is Death Valley relatief eenvoudig te bereiken vanuit meerdere richtingen. Vanuit Las Vegas ben je er in ongeveer 2 uur rijden, via Pahrump. Vanuit Lone Pine in het noorden (na een bezoek aan de oostkant van de Sierra Nevada) is het zo’n 2,5 uur. Kom je vanuit het westen, dan bereik je het park via Bakersfield of via de meer avontuurlijke route vanuit Sequoia/Kings Canyon. Er zijn drie hoofdtoegangen met verharde wegen en meerdere zijwegen die deels onverhard zijn (en dus niet altijd toegankelijk met gewone huurauto’s).
De beste manier om Death Valley te ervaren is door één of twee nachten in het park te blijven slapen. Er zijn eenvoudige motels zoals het Stovepipe Wells Village Hotel, maar ook een verrassend luxe optie: The Inn at Death Valley, compleet met palmbomen en zwembad midden in de woestijn. Zo hoef je het park niet in en uit te rijden en kun je op pad gaan zodra het eerste licht op de zoutvlaktes valt.
Vergeet in Death Valley niet: je bent écht ver weg van alles. Zorg voor voldoende water, een volle tank, offline kaarten, en check altijd de actuele weersomstandigheden. Wij helpen je graag met die voorbereiding.
Death Valley National Park ligt in het zuidoosten van Californië, deels overlappend met Nevada. Met een oppervlakte van ruim 13.000 km² is het een van de grootste nationale parken van de VS. Het bekendste en meest bezochte deel van het park ligt rondom Furnace Creek, waar ook de meeste voorzieningen zijn zoals bezoekerscentra, lodges, campgrounds en een klein benzinestation.
Death Valley ligt in een zogenaamde regenschaduw van meerdere bergketens. Daardoor valt er jaarlijks minder dan 5 cm neerslag, wat het tot de droogste plek van Noord-Amerika maakt. De laagstgelegen plek, Badwater Basin, ligt 86 meter onder zeeniveau. In de zomer lopen de temperaturen overdag gemakkelijk op tot boven de 45 graden. In juli 1913 werd hier zelfs een temperatuur gemeten van 56,7 °C, wat nog altijd het warmterecord wereldwijd is.
Toch is Death Valley geen dorre zandbak. Integendeel: het park zit vol variatie. Van de golvende zandduinen van Mesquite Flat Dunes tot de gestolde lavavelden rond Ubehebe Crater, en van de smalle canyons zoals Golden Canyon tot het surrealistische kleurenpalet van Artist’s Drive weet dit park je elke keer opnieuw te verrassen.
Qua bereikbaarheid is Death Valley relatief eenvoudig te bereiken vanuit meerdere richtingen. Vanuit Las Vegas ben je er in ongeveer 2 uur rijden, via Pahrump. Vanuit Lone Pine in het noorden (na een bezoek aan de oostkant van de Sierra Nevada) is het zo’n 2,5 uur. Kom je vanuit het westen, dan bereik je het park via Bakersfield of via de meer avontuurlijke route vanuit Sequoia/Kings Canyon. Er zijn drie hoofdtoegangen met verharde wegen en meerdere zijwegen die deels onverhard zijn (en dus niet altijd toegankelijk met gewone huurauto’s).
De beste manier om Death Valley te ervaren is door één of twee nachten in het park te blijven slapen. Er zijn eenvoudige motels zoals het Stovepipe Wells Village Hotel, maar ook een verrassend luxe optie: The Inn at Death Valley, compleet met palmbomen en zwembad midden in de woestijn. Zo hoef je het park niet in en uit te rijden en kun je op pad gaan zodra het eerste licht op de zoutvlaktes valt.
Vergeet in Death Valley niet: je bent écht ver weg van alles. Zorg voor voldoende water, een volle tank, offline kaarten, en check altijd de actuele weersomstandigheden. Wij helpen je graag met die voorbereiding.
Gewoon goed geregeld, zodat je ter plekke niets hoeft te improviseren


Death Valley is het hele jaar door geopend, maar dat betekent niet dat je er altijd even makkelijk rondreist. In de zomer – vooral juni, juli en augustus – zijn de temperaturen extreem hoog: vaak boven de 45 °C, soms zelfs oplopend tot 50+ °C. Wandelen of fietsen is dan sterk afgeraden, en veel bezoekers blijven beperkt tot uitkijkpunten en autoroutes met airco.
De beste reistijd is van november tot en met maart, wanneer de temperaturen aangenamer zijn en het park veel beter te verkennen is. Overdag is het dan gemiddeld tussen de 15 en 25 °C, ’s nachts koelt het flink af tot zo’n 5 °C of lager. Dit is dé periode om te wandelen door kloven zoals Golden Canyon of te klimmen naar uitzichtpunten als Dante’s View.
In het vroege voorjaar (februari/maart) kun je, als je geluk hebt, een zogenaamde super bloom meemaken: dan staat een deel van de vallei in bloei met duizenden woestijnbloemen – een zeldzaam fenomeen dat alleen optreedt bij genoeg regenval in de winter.


In de zomer vermijd je zo de heetste uren van de dag. Ook voor fotografie is het licht dan mooier.
Zelfs zonder inspanning droog je hier snel uit. Water is schaars in het park.
Benzinestations zijn er, maar duur en schaars. In Panamint Springs of Pahrump tank je goedkoper.
Mobiele ontvangst is op veel plekken afwezig. Zorg dat je weet waar je bent.
Bescherm je huid tegen zon én warmte. Synthetische stoffen blijven het koelst.
Laat geen afval achter, blijf op de paden, en geniet bewust van de unieke rust.
Reizigers die bij ons hebben geboekt, delen hier hun ervaringen. Over de voorbereiding, de reis zelf en hoe het is om met ons samen te werken. Deze reviews geven een eerlijk beeld van wat je van ons kunt verwachten. Gemiddeld scoren we een 9,3 uit 157 beoordelingen!